06-12-2010 - Scheikunde dec. 2010 6.2B t/m 6.4B
SCHEIKUNDE
6.2 B
Rendement
Rendement is hoe veel energie nuttig wordt gebruikt. Bij een lamp is warmte een ongewenste energiesoort, want eigenlijk wil je alleen licht. Het rendement is het percentage van de energie dat nuttig wordt gebruikt. Het rendement wordt zo berekend:
η = E nuttig : Etotaal x 100
η = het rendement in %
E nuttig = de hoeveelheid nuttige energie na de omzetting (in Joule)
E totaal = de totale hoeveelheid energie voor de omzetting (in Joule)
Bij elke energie-omzetting ontstaat warmte en daar komt altijd een deel van terecht op de verkeerde plek. Het rendement is dus altijd lager dan 100%.
6.3 A
Stoffen verhitten
Een chemische reactie is een proces waarbij nieuwe stoffen ontstaan en waarbij stoffen verdwijnen. Voorbeelden: de volledige verbranding van aardgas, rotten van gft-afval
Bij verhitting van organische stoffen ontstaat koolstof. Je kan dat herkennen aan de zwarte kleur. Als het zwart wordt bij het verbranden bevat het koolstof.
6.3 B
Ontledingsreacties
Een ontledingsreactie is een reactie waarbij uit één stof twee of meer nieuwe stoffen ontstaan. Er zijn 3 soorten ontledingsreacties: thermolyse, elektrolyse en fotolyse
Thermolyse is ontleding door middel van warmte. Verhitten is anders dan verbranden. Bij verhitten wordt de temperatuur verhoogd, bij verbranden is zuurstof nodig. Elektrolyse is ontleding door middel van elektrische energie. Voor elektrolyse wordt het toestel van Hoffmann gebruikt. Onderin de buizen met water zitten platinaplaatjes. Die zijn aangesloten op een spanningsbron. Als er een stroom loopt ontstaan er belletjes op de plaatjes. Die gassen zijn nieuwe stoffen, dus is het water ontleed. Aan de pluspool ontstaat zuurstof, als je er een gloeiende houtspaander in doet gaat ie feller gloeien. Aan de minpool ontstaat waterstof, een licht brandbaar gas, als je het mengt met lucht en aansteekt hoor je een knal. Fotolyse is ontleding door middel van stralingsenergie. Op fotografisch papier zit zilverbromide, dat is een witte vaste stof, als er licht op valt ontstaat er zilver. Op die plaatsen wordt het papier donker en waar geen licht valt blijft het wit. Zo krijg je een fotonegatief.
6.4 A
Atomen
Moleculen zijn opgedeeld in atomen. Nog kleinere deeltjes in de moleculen. Er zijn ongeveer honderd atomen die elk met een letter aangegeven worden als symbool. Met die honderd atomen zijn miljoenen moleculen te maken.
6.4 B
Enkelvoudige stoffen en verbindingen
Niet-ontleedbare stoffen heten enkelvoudige stoffen. De deeltjes van enkelvoudige stoffen zijn opgebouwd uit 1 atoomsoort. Enkelvoudige stoffen zijn verdeeld in metalen en niet-metalen. Ongeveer 70 metalen en ongeveer 30 niet-metalen.
Bij de ontleding van water ontstaan waterstof en zuurstof. Die bestaan uit andere moleculen dan water. Er zijn dus losse atomen ontstaan, en nieuwe moleculen gevormd. Dat kan alleen als de watermoleculen al uit verschillende atoomsoorten waren opgebouwd.
Enkelvoudige stof
|
Verbinding
|
- Niet ontleedbaar
- De deeltjes zijn opgebouwd uit één atoomsoort
|
- Ontleedbaar
- De deeltjes zijn opgebouwd uit verschillende soorten atomen
|
Meneer D. Medelejev vond het Periodiek Systeem uit.
In het periodiek systeem zijn de elementen opgedeeld naar hun eigenschappen. Hij liet er alleen lege plekken tussen. Daar moesten atoomsoorten komen die nog niet ontdekt waren. Hij voorspelde zelfs een aantal atoomeigenschappen van die nog niet ontdekte atomen. Degenen die later ontdekt zijn pasten inderdaad in die lege plekken. Elk atoom heeft een nummer. Een atoomnummer.
Een rij(horizontaal) in het PS heet een periode, er zijn er 7. Een kolom(verticaal) heet een groep, daar zijn er 18 van. De atoomsoorten van een groep hebben eigenschappen die op elkaar lijken. Sommige groepen hebben eigen namen. Groep 17 heet de halogenen. Halogenen komen in de natuur bijna alleen voor in verbindingen. Groep 18 heet edelgassen. Die komen bijna alleen voor als enkelvoudige stoffen.
Verbindingen en enkelvoudige stoffen geef je aan met een formule. De molecuulformule van water is H2O. Het cijfer 2 geeft aan dat er 2 keer H in één molecuul water zit. H is waterstof. Die 2 heet de index. In een watermolecuul zit ook één keer O, zuurstof. De index van 1 wordt altijd weggelaten.
Gepost door: maanlicht2 op 06-12-2010 om 19:28
|